Representatieve schilderkunst in Galleria Buonarroti

Galleria Buonarotti, Allori, Michelangelo met de Poesia (links)
en Da Empoli, Michelangelo presenteert zijn model van San Lorenzo aan Leo X (rechts)
(foto wikipedia)

De schilderijencyclus van de Galleria Buonarrot in Casa Buonarroti is representatief voor de ontwikkeling van de schilderkunst van het tweede en derde decennium in Florence. Dit wordt ook wel ''Contra-Maniera'' genoemd. Aan het begin hiervan staat Santo di Tito die, in tegenstelling tot het maniërisme van de Vasari-school, streeft naar vereenvoudigde, ruimtelijke doordachte compositie en naar een naturalisme in de figuren met een evenwicht tussen vorm en inhoud. Dit streven werd in belangrijke mate bepaald door de eigen klassieke meesters van het vroege Cinquecento als Andrea del Sarto en Fra Bartolommeo. Deze Florentijnse traditie van de lineaire vormgeving werd aan het eind van de 16e eeuw verrijkt door de overname van Venetiaanse kleur, schilderachtig doorwerkt oppervlak en lichtbehandeling.

Vanaf 1590 kwam hierbij nog als belangrijke impuls de kunst van Tito's leerling Ludovico Cigoli. Het streven naar een naturalistische weergave wordt daarbij gecombineerd met een exacte stofuitdrukking en een voorliefde voor rijk geornamenteerde en met goud doorwerkte materialen, een Florentijnse traditie, reeds aanwezig bij Bronzino en omstreeks 1590 door zijn leerling Allesandro Allori weer opgenomen.

Daarnaast komt omstreeks 1600 tevens een stroming aan bod die zich houdt aan de Florentijnse traditie van de getekende vormen en zich heroriënteert op het vroege Cinquecento met een classicistisch afgewogen compositie in een architecturaal kader en dit vervolgens combineert met egale transparante kleurvlakken, minutieuze detaillering en een helder, gelijkmatig verdeeld licht, waarmee een bijna objectieve weergave wordt benaderd. Een van de belangrijkste exponenten is Jacopo da Empoli.

Het zijn voornamelijk deze stromingen die de Florentijnse schilderkunst in de eerste decennia van de 17e eeuw bepaalden.

Het blijkt, ook uit schilderingen van de Galleria, dat de Florentijnse schilders nauwelijks enige invloed hebben ondergaan van het Romeinse milieu van het caravaggisme en de Bolognese vernieuwingen. De kenmerken van de ontwikkeling ingezet bij Santo di Tito zijn blijven overheersen. Cigoli's invloed komt in de Galleria tot uiting in de werken van zijn leerlingen Christofano Allori, Giovanni Billiverti, Sigismondo Coccapani en bij Matteo Rosselli. Meer Venetiaans van karakter zijn schilders als Fabrizio Boschi, Fillipo Tarchiani en Valerio Marucelli. Het verisme zo kenmerkend voor Empoli komt naar voren bij Domenico Passignano, Anastagio Fontebuoni en Cosimo Gamberucci. Daarnaast blijft bij velen maniëristische details.

Bron: Vliegenthart: A.W., De Galleria Buonarroti: Michelangelo en Michelangelo il Giovane, Rotterdam 1969.

Klik voor meer foto's op: wikipedia.

De frescocyclus van Pontormo in Galluzzo

Pontormo, Ressurretion van Christus, Certosa del Galluzzo

Van 1523 tot en met 1525 neemt Pontormo tijdens een uitbraak van de pest in Florence, zijn toevlucht in een kartuizerklooster, de Certosa del Galluzzo even buiten ten zuiden van Florence, waar hij een frescocyclus over het Lijden van Christus maakt. Pontormo produceerde deze frescocyclus met een immense religieuze kracht voor de kloostergang van de Certosa. Door de blootstelling aan de elementen zijn de fresco’s in slechte staat bewaard gebleven, waardoor hun mysterieuze aantrekkingskracht nog groter is geworden. Pontormo baseerde zich ten dele op Duitse prenten, waaronder die van Albrecht Dürer, voor enkele compositorische suggesties en werkt binnen de complexe ruimtelijke en proportionele systemen. De werken werd lang gezien als grenspaal van het vroege maniërisme. Volgens Eve Borsook behoren deze tot de meest dramatische en bizarre voortbrengselen van de Florentijnse schilderkunst (bron: G.B.I. Hool. Pontormo: maniërist of modernist?) Voor meer foto's klik op: Gliscritti.

''Di Sotto In Su'' in een opvallend coloriet


Paolo Schiavo, Tronende Madonna 1436 San Miniato (foto: Henk Woudsma)

De fresco van Paolo Schiavo met de tronende Madonna en heiligen in de San Miniato al Monte is duidelijk beïnvloed door de contemporaine beeldhouwkunst die Schiavo in situ bestudeerde. De twee van de afgebeelde heiligen, namelijk Marcus en Jacobus resp. tweede van links en tweede van rechts, is wat betreft houding en gelaatstype gebaseerd op de Markus van Donatello voor Orsanmichele. Schiavo heeft verder een techniek toegepast waarbij het kijken van beneden naar boven optimaal wordt ervaren door perspectivische verkortingen. Dit wordt ook wel met het Italiaanse begrip `Di Sotto In Su´ aangegeven. Dergelijke effecten komen in de schilderkunst van deze periode nog niet vaak voor. Het belangrijkste voorbeeld, Uccelo´s Hawkwood in de kathedraal, werd in hetzelfde jaar geschilderd (bron: Anneke de Vries. Schilderkunst in Florence tussen 1400 en 1430).

Het kan in één blok marmer... Da Sangallo


Francesco da Sangallo, Anna-te-Drieën, 1522/1526, Orsanmichele (foto: Marjolijn van Wijk)

Het is lastig om te bepalen wat nu het vroegste voorbeeld is van een beeldhouwwerk, waarbij min of meer succesvol getracht is meerdere figuren uit één blok marmer te halen. Een werk dat daarvoor in aanmerking kan komen is de Anna-te-Drieën van Francesco da Sangallo uit 1522 of 1526 in de Orsanmichele. In zijn Leven van Da Sangallo zegt Vasari hierover: ''Behalve het werk dat hij maakte in Florence en elders van beeldhouwkunst of architectuur bevindt er zich van zijn hand in de Orasanmichele de Madonna met kind op haar schouder, die gezeten is op de schoot van Anna, van marmer; en dit werk, met vrijstaande figuren uit slechts één blok, werd en wordt beschouwd als een fraai werk''.

Via dei Girolami

 
(foto: Henk Woudsma)

Door de gunstige ligging aan de Arno was Florence in 1300 in een eeuw tijd meer dan zesmaal zo groot geworden. Het is niet zo moeilijk te bedenken dat bij een dermate snelle groei van de bevolking van enig planmatig bouwen nauwelijks sprake was. Florence zal in die tijd een opeenstapeling van dicht op elkaar gebouwde hoge huizen zijn geweest. Erg veel zorg zal er niet besteed zijn aan het uiterlijk van deze huizen. Om ruimte zo goed mogelijk te benutten werden vaak gesloten bruggen tussen huizen en overhangende balkons gebouwd. Dit wordt ook wel ''sporti'' genoemd. Later werden de overhangende bovenverdiepingen door nieuwe bouwvoorschriften niet meer toegestaan en bijna allemaal verwijderd. In Via dei Girolami is dit gelukkig nog te zien.

(foto: Henk Woudsma)

Vruchtbare samenwerkingen in Impruneta.

(foto: wikipedia)

Vanuit het oogpunt van verkoopbaarheid werden vanaf de 19e eeuw helaas grote altaarstukken ontmanteld voor de kunsthandel. In de nabije omgeving van Florence ligt het plaatsje Impruneta. In 1955 is daar de kerk Santa Maria dell'Impruneta zorgvuldig opgebouwd die in de Tweede Wereldoorlog volledig werd verwoest. Gelukkig werd het altaarstuk, een grote polyptiek met Maria en Kind, niet ontmanteld. Het is weer volledig in opgelapte staat op de oorspronkelijke plaats achter het hoogaltaar geplaatst. Dit prachtige werk is in 1375 tot stand gekomen door samenwerking tussen twee meesters: Pietro Nelli (? - 1419) en Tommaso del Mazza (of Niccolo di Pietro Gerini). Uit een document van 1384 weten we dat Nelli de bovenste rij voorstellingen heeft vervaardigd, maar men neemt aan dat hij ook verantwoordelijk is geweest voor de heiligen aan weerszijden van de Madonna. Er is nog een voorbeeld van een tot stand gekomen samenwerking in deze kerk. Aan beide zijden van het koor zijn twee tabernakels (de rechter is de Cappella della Croce; de linker de Cappella della Madonna) ontworpen door Michelozzo, met een geglazuurde terracotta versiering van Luca della Robbia.

Michelozzo en Luca della Robbia, S. Maria dell'Impruneta
(foto: wikipedia)

Luca della Robbia, Cappella della Croce, S. Maria dell'Impruneta
(foto: Renzodionigi)

La Berta (het versteende vrouwenhoofd)

(foto: wikipedia)

Hoog op de klokkentoren van Santa Maria Maggiore is een stenen vrouwenhoofd te zien. Of beter gezegd: een hoofd dat versteend is. In de volksmond wordt dit hoofd la ''Berta" genoemd. Maar waarom is de "Berta" versteend in de klokkentoren van de kerk? Dit verhaal begint op 16 september van 1327 toen een veroordeelde man, de arts, astronoom, dichter en leraar Cecco d'Ascoli, op weg was naar de brandstapel op de Piazza Santa Croce. Toen de wagen de toren passeerde vroeg de gevangene om wat water. Een vrouw, genaamd Bertha, die uit het raam hing hoorde dit en riep niet aan zijn verzoek gehoor te geven. Volgens haar was dit een truc om aan het vuur te ontsnappen. De vrouw zou hebben geschreeuwd: ''Se beve, non brucerà più!!'' (Als je drinkt, niet meer branden!). Cecco d'Ascoli was woedend en vervloekte haar met een spreuk (''E tu, non leverai più la testa di lì!!'') waarop het hoofd versteende. ''Berta'' wacht nog steeds op een bevrijding van de verschrikkelijke betovering (bron: Gianni Mafucci). In werkelijkheid is het vrouwenhoofd een laat Romeinse sculptuur die ter decoratie is aangebracht.

Zeldzame sculpturen uit de romaanse periode



St. Michael en twee heiligen, San Gaetano Florence (foto: wikipedia)

Er zijn maar weinig voorbeelden van romaanse sculptuur in Florence. In de Antinori kapel in de San Gaetano kerk zijn drie 12e eeuwse reliëfs te zien. Een St. Michael en twee heiligen. Deze komen uit de kerk van S. Michele Berteldi (11e eeuws). De barokke San Gaetano is tussen 1604 en 1649 op de plaats van deze kerk gebouwd. Het Metropolitan Museum of Art heeft nog een reliëf van de preekstoel uit ongeveer 1200 met een Annunciatie. Dit komt uit de voormalige kerk van San Piero Scheraggio. Het reliëf is een van de zeven panelen die ergens tussen 1410 en 1755 werd ontmanteld. Verder zijn aan de buitenkant van het Baptisterium en de San Miniato nog sculpturen uit de romaanse periode te zien.
 
Annunciatie, Metropolitan Museum of Art
 
Leeuwekoppen op de San Miniato (foto: Henk Woudsma)
 
Mannenkop op de San Miniato (Henk Woudsma)

Leeuwekop en hoofd op het Baptisterium (foto: Henk Woudsma)

San Salvatore al Vescovo en de Florentijnse incrustatiestijl


San Salvatore al Vescovo, Florence (foto: Henk Woudsma)

Aan de Piazza dell' Olio is een overblijfsel te zien van de Romaanse kerk San Salvatore al Vescovo uit de 11e eeuw met een prachtige façade met zwart-wit inlegwerk uit 1221. De kerk is opgenomen in het Palazzo Arcivescovile.  Het is een van de kerken in Florence, samen met San Miniato al Monte, Santa Maria Novella, Santo Stefano al Ponte en het baptisterium, met een originele Romaanse voorkant in groen en wit marmer. Ook de kerk Badia fiesolana in Fiesole vlakbij Florence is hiervan een prachtig voorbeeld. Dit wordt ook wel de Florentijnse incrustatiestijl genoemd. Het motief van een door klassieke arcaden en veelkleurig marmer omlijste weergave van het paradijs als het hemelse Jeruzalem, groeide bij de kerken uit tot een gemeenschappelijk kenmerk. De bouwmeesters bedekten de façades met vier tot vijf centimeter dikke witte marmerplaten uit de groeve van Carrara en met groen serpentijn uit Prato (het ''verde di Prato''), waarbij ze uitgingen van een streng geometrisch patroon. De kerk werd gedocumenteerd in 1032, maar is misschien al daterend uit de 7e of 9e eeuw. Het is in 1221 herbouwd, mogelijk door Arnolfo di Cambio. Het interieur werd in 1737 geheel vernieuwd naar een ontwerp van Bernardo Ciurini. Het is versierd met 18e eeuwse fresco's in rococo stijl: op de koepel een ''Transfiguratie'' en in het koor de ''Aanbidding van de Herders'' van Giandomenico Ferretti (1738).  Verder op het plafond van het schip de ''Hemelvaart'' van Christus Vincenzo Meucci. Toegang is vanaf de binnenplaats van het paleis.

De geestenuitdrijver Benedictus van Nursia

(foto: Web Gallery of Art)

Wat hebben Sint-Petrus Martyr en Benedictus van Nursia met elkaar gemeen? Bij beiden kon de duivel zijn zin niet doorzetten. Bij Martyr werd de duivel een halt toegeroepen en bij Nursia werd de duivel zelfs verdreven. In 1387 schilderde Spinello Aretino een reeks fresco's over het leven van Nursia in de sacristie van de San Miniato al Montekerk. Nursia, stichter van de eerste grote kloosterorde van het Westen, werd vaak afgebeeld in zijn rol als kloosterbouwer. Op basis van de legende die over hem wordt verteld in de 6e eeuwse ''dialoges'' van Paus Gregorius de Grote, genoot hij ook een grote reputatie als verrichter van wonderen en geestenuitdrijver. Spinello schilderde in San Miniato een incident tijdens de bouw van het eerste klooster van Nursia in Monte Casino. De monniken in hun witte pijlen raken gefrustreerd door het gewicht van een steen die zij voor de bouw willen gebruiken: de duivel zit op de steen waardoor deze niet te tillen is. Nursia heft zijn hand om de satan te verdrijven, die rechtsboven wegijlt.

Detail overige fresco's van Spinello Aretino San Miniato (foto: Henk Woudsma) 

De kosmos als ontwerp voor een tombe

Andrea del Verrochio, tombe San Lorenzo 1467 (foto: wikipedia)

Andrea del Verrochio, tombe, crypte San Lorenzo 1467 (foto: Henk Woudsma)
 
Voor het hoofdaltaar in de kerk van San Lorenzo is op de vloer een ronde plaat met witte banden en met aan de weerszijden koperen roosters te zien. Hier is de tombe van Cosimo I de Medici gemarkeerd. De werkelijke tombe van Cosimo ligt direct onder deze plaat in de crypte. Het is een totaalwerk van Andrea del Verrocchio. Door de roosters valt het licht in de crypte. Ook de stem van de priester die de mis opdraagt en de stralen van de monstrans dringen tot de tombe door. Het is heel anders dan de andere grafmonumenten uit de vroege renaissance: er is geen portret of borstbeeld van de overledene en er zijn geen christelijke symbolen aangegeven. Om de interpretatie van de tombe te begrijpen is het noodzakelijk om zijn geometrische vormen en verhoudingen te bestuderen. De vormen in deze samenstelling verwijzen naar het humanistische denken en naar de neo-platoonse filosofie. Nadruk wordt gelegd op het centrum. Hiermee wordt verwezen naar de orde van de kosmos. De plaatsing in het midden van de kruising is symbolisch voor de centrale positie van de mens in die kosmos (bron: The European Mathematical Information Service).
 

Een Romaanse sarcofaag als decoratie

(foto: Henk Woudsma)

Aan de zuidkant van het Baptisterium is iets bijzonders te zien. Aan de voet van de apsis is voor decoratie een sarcofaag ingekapseld. Waarschijnlijk Romaans. Het is een tafereel van schepen en mensen.

Il Divino Michelangelo in Casa Buonarroti

Giorgio Vasari, decoratie derde kamer Casa Buonarroti Florence (foto Wikipedia)

De groeiende belangstelling voor portretten en zelfportretten in de renaissance bewijst dat kunstenaars tot de beroemde persoonlijkheden gingen horen. Michelangelo Buonarroti verwierf zelfs een betrekkelijk onaantastbare positie. Zijn roem werd het meest pregnant uitgedragen door de aanspreektitel ''Il Divino'' (De Goddelijke), die hij tijdens zijn leven ontving. Hij werd in 1564 vol pracht en praal begraven in de kerk van San Lorenzo volgens een ceremonieel dat voorheen uitsluitend aan vorsten voorbehouden was. Een van de belangwekkende uitvloeisels van Michelangelo's was het feit dat voor de Casa Buonarroti begin 17e eeuw een reeks schilderingen werd vervaardigd door verschillende kunstenaars (o.a. Matteo Rosselli, Jacopo da Empoli en Artemisia Gentileschi), waarin belangrijke scènes uit het leven van Michelangelo zijn uitgebeeld. Het vertrek, opgezet als een galleria, werd gesticht door Michelangelo's achterneef, de dichter en toneelschrijver Michelangelo Buonarroti il Giovane (1568-1647). Ook Giorgio Vasari heeft hieraan meegewerkt. Het balkenplafond laat gebeurtenissen rond de dood van de kunstenaar en zijn glorificatie zien, zijn eigenschappen en deugden. De Casa Buonarroti staat aan het begin van een lange reeks kunstenaarshuizen die tot op de dag van vandaag gesticht en in stand gehouden worden (bron: Kunst, Open Universiteit Heerlen 1998). Voor meer foto's: wikipedia.

Neri di Bicci in San Leonardo in Acetri

We blijven nog even buiten Florence. Aan de Via S. Leonardo staat de kerk San Leonardo in Arcetri. Deze 11e eeuwse kerk is beroemd om zijn preekstoel uit de begin van het 13e eeuw uit de voormalige kerk van San Pier Scheraggio in Florence. Hiervan wordt gezegd dat Dante en Baccaccio vanuit deze kansel hebben gepredikt. Interessant zijn ook de altaarstukken. In het midden een triptiek van Lorenzo di Niccolò. Vermoedelijk is het kruispaneel erboven ook van hem. Links daarvan een ''Madonna van de Heilige Gordel'' (1467) en rechts een ""Annunciatie'' (1458), beide van Neri di Bicci. Neri kreeg zijn schildersopleiding in Florence in het atelier van zijn vader. Veel werk van zijn eigen hand heeft hij beschreven in een nog bewaard gebleven dagboek (bibliotheek Uffizi Museum) dat hij tussen 1453 en 1475 bijhield. Daaruit wordt duidelijk dat hij een groot atelier leidde, met veel werknemers, dat opdrachten uitvoerde voor de wijde omgeving van Florence (bron: Aan de oorsprong van de schilderkunst, Rik Vos en Henk van Os 1989).

Foto: Henk Woudsma

Dansende naakten in Villa la Gallina

 Antonio del Pollaiuolo, dansende naakten, Villa la Gallina (detail)

De beroemde prent ''het gevecht van de tien naakte mannen'' uit ca. 1465-1470 (Metropolitan Museum of Art New York) van Antonio del Pollaiuolo is zeer belangrijk. Hierop zien wij Antonio’s ingewikkeldste picturale compositie. Met dit onderwerp wilde Antonio in de eerste plaats het naakte lichaam in actie tonen. Toen de prent werd gemaakt was dit nog een nieuw probleem in het Quattrocento. Antonio heeft meer dan alle andere meesters tot de oplossing hiervan bijgedragen. Het is een meesterlijke synthese van zijn belangrijkste artistieke ideaal: de decoratieve schoonheid in gewelddadige houdingen van het mannelijk naakt. Ook onthult Pollaiuolo zijn fanatieke belangstelling voor het naakt in actie in het nu beschadigde fresco uit ca. 1464-1471 van dansende naakten in de Villa la Gallina in de buurt van Florence aan de Via del Pian dei Giullari. Het is tevens een theoretische erkenning van de Dionysische iconografie uit de oudheid ontleend aan de hellenistische Romeinse sarcofagen. Een uniek voorbeeld van deze iconografie uit het midden van de 15e eeuw (bron: La Rivista di Engramma).

Marmeren zeemonsters uit Napels



Aan de Piazza S. Spirito 29 is het Fondazione Salvatore Romano gevestigd in de enige overgebleven ruimte van het gotische klooster uit de 14e eeuw van de kerk Santo Spirito. Het museum is gevestigd in het oude Cenacolo. Hier is de indrukwekkende 14e eeuwse fresco van Andrea Orcagna van een Laatste Avondmaal en de Kruisiging te zien. Het fresco is niet alleen een van de beste werken Orcagna, maar ook een van de grootste muurschilderingen die de 14e eeuw heeft overleefd. Verder zijn hele interessante sculpturen te zien. Deze sculpturen zijn gedoneerd aan de stad Florence door de verzamelaar en antiquair Salvatore Romano in 1946. Echt heel bijzonder zijn de twee marmeren zeemonsters uit de 13e eeuw. De monsters zijn van het altaar van de basiliek Santa Restituta in Napels. Voor meer informatie over deze basiliek klik op: Een passie voor Napels.

Tempietto del Santo Sepolcro

In de San Pancrazio kerk zetelt nu het museum Marino Marini. Bij het museum, in de Rucellai kapel, is het bijzondere Tempietto del Santo Sepolcro van Leon Battista Alberti. Hij greep in al zijn theorie terug op de klassieke oudheid. Alberti perfectioneerde de klassieke verhoudingen in renaissancevorm. Het leverde hem de bijnaam 'Vitruvius van de renaissance' op. De opdrachtgever Giovanni Rucellai nam de moeite de precieze maten te achterhalen van het Heilige graf in Jeruzalem voor de replica die in de familiekapel in de Pancrazio zou komen. De replica van het Heilige Graf is een miniatuurbasiliek met zwart en wit marmeren inlegwerk in de Florentijnse romaanse stijl, zoals die van het baptisterium en de S. Miniato, waarvan men in die tijd dacht dat het klassieke gebouwen waren. Voor meer foto's van dit prachtige tempeltje klik op: Art & Architecture.

(foto: Art & Architecture)

Romaanse bouwstijl... Santo Stefano al Ponte


Voorgevel Santo Stefano al Ponte (foto: Henk Woudsma)

De meest voorkomende bouwstijl rond 1250 in Toscane was de typische romaanse bouwstijl uit Pisa en Lucca. Het onderste deel van de voorgevel van de Santo Stefano al Ponte is hiervan het beste bewaard gebleven voorbeeld. Vergelijk hiermee San Salvatore al Vescovo, San Miniato al Monte, Santa Maria Novella en het Baptisterium. In de 14e eeuw werd de buitenkant gerenoveerd. Van de oorspronkelijke gevel is alleen het witte en groene marmer uit Prato op het portaal overgebleven. In de lunetten zijn nog twee oorspronkelijke rozet-vormige structuren te zien en daarboven twee karakteristieke ramen met ingelegde marmeren zuilen. Het interieur is in de 17e eeuw verbouwd door Ferdinando Tacca. Ook heeft hij de bronzen antependium, de ''Steniging van Stefanus'' voor de kerk gemaakt. In de kerk is verder een Bisschoppelijk Museum (Diocesan Museum) gehuisvest met een zeer interessante collectie, waaronder een Madonna van Giotto.

il Madononne aan de Via Aretina

Wegkapel van de Madonnone (foto 19e eeuw)

Aan de Via Aretina staat nog steeds een indrukwekkende wegkapel, maar nu zonder de schilderingen en de daarbij behorende ''sinopie'' die het bouwsel vroeger sierden geschilderd door Lorenzo di Bicci (1350-1427). In Florence noemen ze dit tabernakel en het gebied eromheen "Il Madonnone" wat betekent "een grote Heilige Maria". Vijf eeuwen bleef de kapel in weer en wind vrijwel intact. Maar de fresco's zouden niet gespaard blijven. Het originele schilderij is in een zeer slechte staat en is nu in de San Salvi kerk te Florence. Gelukkig is het ensemble van ''sinopie'' voor het grootste deel voortreffelijk bewaard gebleven. Deze bevinden zich nu in de Chiesa di Sant'Antonino.

Sinopia il Madononne Chiesa di Sant'Antonino

Huidige staat wegkapel van de Madonne met een kopie van de ''il Madonnone''

Een bevallig en teder werk van Francesco d'Antonio

Francesco d'Antonio, De Heilige Ansanus,
San Niccolò Oltrarno Florence (1425/26)

Het werk van Francesco d'Antonio geeft een duidelijk beeld van de heersende artistieke stromingen in Florence in de vroege 15e eeuw. In het begin van zijn carrière, tot ongeveer 1420, werd hij sterk beïnvloed door Lorenzo Monaco, daarna door Gentile da Fabriano en tenslotte door de Florentijnse meesters, Masolino, Masaccio en Domenico Veneziano. Zijn stijl heeft altijd iets bevalligs en teders; het zijn kwaliteiten, die hij gemeen heeft met zijn Sienese tijdgenoten. De Heilige Ansanus in San Niccolò Oltrarno maakt indruk door zijn afmetingen (227 x 142 cm.). De eenvoudige rechthoekige lijst is versierd met een rijk netwerk van ''intaglio'' (diepdruk) in twee kleuren, dat doet denken aan de latere marmerdecoraties aan de buitenzijde van de Dom in Florence. Onder het fresco werd een ''sinopia'' gevonden, waarop alleen de figuur van de heilige voorkomt (bron: Fresco's uit Florence, Rijksmuseum Amsterdam 1969).

Sinopia: De Heilige Ansanus

Franciabigio

Refter Santa Maria di Candeli met links de ''Aankondiging'' en rechts het Laatste Avondmaal (foto wikipedia)

In het voormalige klooster van Santa Maria di Candeli is in het refectorium een prachtige ''Verkondiging'' uit 1514 te zien van Franciabigio (1482/83-1525) en een helper. Naast dit werk is ook zijn ''Laatste Avondmaal'' daar te zien. Franciabigio is waarschijnlijk assistent geweest van de Florentijnse schilder Mariotto Albertinelli, waarna hij samen met Andrea del Sarto een werkplaats opzet waarvan Del Sarto de artistieke leiding had. Piero di Cosimo, Ghirlandaio en Da Vinci oefenden een grote invloed op hem uit (bron: Fresco's uit Florence, Rijksmuseum Amsterdam 1969). Franciabigio probeerde in zijn werk tekenelementen met kleuren en licht-donkereffecten tot een atmosferische eenheid samen te voegen. Dit heeft hem ten onrechte het verwijt opgeleverd dat hij stilistisch afhankelijk was van Andrea del Sarto. In zijn composities paste hij op de voorgrond architectonische en perspectivische elementen toe, terwijl hij op de achtergrond illusionistische taferelen uitbeeldde. Met zijn portretten, die behoren tot de beste van de 16e eeuw, heeft hij de meeste naam gemaakt.

Gracieuze en elegante werken van Da Settignano

Desiderio da Settignano. Detail tabernakel. San Lorenzo, marmerrelief (1460-62)

In de San Lorenzo bevindt zich een altaartabernakel van het Heilig Sacrament van Desiderio da Settignano. Een tabernakel dat model heeft gestaan voor talloze renaissance-tabernakels binnen en buiten Italie. Da Settignano werd vooral geprezen, omdat hij het uiterste aan ''gratia'' bezit. Met name de schilderijen van Filippo Lippi  kunnen met vrucht naast de werken van Da Settignano worden geplaatst. Beide kunstenaars  produceerden verfijnde en elegante Madonna's met lieflijke gezichten. ''Gratiose'' in beide betekenissen: gracieus en elegant.

Luce intellettual, piena d'amore

De Medici's bezaten een ongelooflijk optimisme; zij geloofden dat intellect verenigd met schoonheid, de wereld kon verbeteren. Dante's opmerking: ''Luce intellettual, piena d'amore'' (het licht van de geest dat met liefde onthult, verheldert en verwarmt) is een uitstekende beschrijving van hun, nieuwe, lucide stijl. Drie generaties lang bevonden beeldhouwers, architecten en schilders zich in gezelschap van dichters en filosofen. Ideeën waren niet zo gemakkelijk visueel weer te geven en men maakte ze wat minder vaag door ze te personifiëren. In de Renaissance drukten ze de basisideeën van hun filosofie uit door middel van figuren uit de klassieke mythen en legenden. Er werden schilderijen van Venus en Lente gemaakt, louter voor de morele en intellectuele vorming van een Medici-telg. Hiernaast ziet u een portret van Marsilio Ficino. Het is een detail uit ''De engel verschijnt aan Zacharias'' van Ghirlandiao gemaakt in Cappella Tornabuoni, Santa Maria Novella uit 1486-90. De humanist Ficino schreef aan Lorenzo di Pierfrancesco de' Medici, een neef van Lorenzo il Magnifico, dat hij altijd zijn blik op Venus moet houden, dat is op ''Humanitas'', menselijkheid, een deugd die vele deugden omvat. Bekend is verder dat Ficino van oordeel was dat niets zo goed in staat is een jeugdige ziel in liefde voor de deugd te ontsteken als een zichtbare verbeelding van de schoonheid.

Florence als een stad van de geest. De geest van mensen en werken die zij tot stand brachten.

Klik voor meer informatie op: ''hoe abstracties te verbeelden''.

Gherardo Starnina

Resurrezione di Lazarro, Museo dell'Opera di Santa Croce
(foto wikipedia)

Algemeen beschouwt men de jaren tussen 1400 en 1430 als een periode van belangrijke veranderingen in de Florentijnse schilderkunst. Meteen na de eeuwwisseling maakten de schilders kennis met de Internationale Gotiek: de elegante, rijkgedecoreerde stijl die vanaf ca. 1375 in veel artistieke centra van Europa smaakbepalend werd. Deze stijl werd, zo is de gedachte, geintroduceerd door Starnina, die tussen 1401 en 1404 terugkeerde uit Spanje, waar de stijl al overheerste (bron: Schilderkunst in Florence tussen 1400 en 1430, Anneke de Vries 2004). Volgens kunstenaar-biograaf Giorgio Vasari was Gherardo Starnina een van de beroemdste en beste kunstenaars van Florence. Na zijn terugkeer in Florence leverde Starnina met zijn calligrafische, elegante lijnvoering en zijn delicate expressivitiet een belangrijke nieuwe impuls aan de Florentijnse schilderkunst. Deze werd tot dan toe gedomineerd door een verstarde vorm van schilderen in de trant van Giotto. Al vanaf 1420 verlegden deze door Starnina beïnvloede schilders hun aandacht naar de Renaissance, opnieuw door het optreden van een krachtige kunstenaarspersoonlijkheid, de schilder Masaccio.

Naast Santa Croce (Storie di Sant'Antonio Abate, cappella Castellani) zijn ook restanten van fresco's te zien in de Santa Maria del Carmine (le Storie dela vita di San Girolamo, frammenti dalla cappella Del Pugliese, 1401-1404). Naar aanleiding van een paneel (musicerende engelen, ca. 1408) van Starnina dat zich bevindt in het Museum Boijmans-van Beuningen recontrueert Henk van Os een altaar uit de Dom van Florence. Klik op: Beeldenstorm 1997.

Een koeienkop als daad van wraak



(foto: Henk Woudsma)

Aan de linkerkant van Santa Maria del Fiore is een hoofd van een stier op een sokkel te zien. Tenminste dat lijkt zo. In werkelijkheid is het een koeienkop die daar is neergezet om alle dieren te herdenken die door de eeuwen heen hebben meegewerkt aan de bouw van de kathedraal. Omdat het sterk lijkt op een stierenkop met horens is er een soort legende ontstaan. De kop is daar geplaatst door een van de meester timmerlieden, die werkte aan de bouw van de nieuwe kathedraal. Hij was lange tijd de minnaar van de vrouw van de bakker. Zijn winkel was niet ver van de kerk. De bakker ontdekte de affaire en stapte naar de Kerkelijke Rechtbank om dit overspel te melden. De twee geliefden werden veroordeeld en moesten hun relatie stoppen. De meester-timmerman nam echter wraak en plaatste de kop van het dier tegenover het huis van de bakker. Zo werd elke keer de bakker als hij naar buiten keek herinnerd aan zijn verraad!

Authentiek ten top... de Bartolini-Salimbeni kapel


(foto: Henk Woudsma)

De kerk Santa Trinita heeft maar liefst twintig kapellen, waarvan de Sassetti kapel de meest beroemde is. Niettemin is de Bartolini-Salimbeni kapel in deze kerk een zeldzaam voorbeeld in Florence waarvan de oorspronkelijke decoratie vrijwel geheel behouden is gebleven. De felkleurige fresco's (1420-1424) van gebeurtenissen uit het leven van de maagd Maria en het altaarstuk ''Annunciatie'' (ca. 1420) in de Bartolini-Salimbeni kapel zijn van Lorenzo Monaco. De kapel wordt afgesloten met een kantachtig smeedijzeren hek.

Een paleis met papavers... Palazzo Bartolini-Salimbeni


Rechts in het midden zijn de papavers onder de richel te zien.

Op Piazza di Santa Trinita op de hoek met de via delle Terme, staat het Palazzo Bartolini-Salimbeni. Dit huis, gebouwd tussen 1520 en 1529 is het eerste echte hoge renaissancepaleis in Florence. Baccio d'Agnolo was een van de ontwerpers. Boven de toegangsdeur staat te lezen: ''Carpere promptius quam initari'' (Het is gemakkelijk kritiek te leveren dan het na te doen). Hiermee wilde hij kritiek voorkomen naar aanleiding van de vierkante ramen met frontons, die overigens later veel werd nagevolgd. Volgens Vasari was dit het eerste patriciershuis met zulke ramen. De twee nobele Florentijnse families Bartolini-Salimbeni waren zeer beroemd in Siena en Florence voor hun politieke en commerciële (zijdehandelaren) initiatieven. Maar ook arrogant. Op elke raam is een motto met papavers van de familie Salimbeni aangebracht: ''Per non dormire'' (Om niet te slapen). Het verhaal gaat dat de familie tijdens een banket met concurrenten opium in de wijn heeft gedaan, zodat zij alle winsten zelf konden opstrijken. De opium werkte als een slaapmiddel. Toen de zaken voor een grote partij zijde uit Pisa de volgende ochtend afgehandeld zouden worden, was Giovanni Salimbeni als eerste wakker. Hij reisde vervolgens naar Pisa en daar deed hij een van de meest lonende zaken uit zijn loopbaan.
(Foto: Henk Woudsma)

Het mirakel van Sint-Petrus Martyr


Op de laatgotische Loggia del Bigallo is een prachtige fresco aan de buitenkant te zien uit de 13e eeuw van het mirakel van Sint-Petrus Martyr. De open loggia diende om onderdak te geven voor wezen en ongewenste kinderen die werden afgestaan aan de zorg van de broederschap, de "Onderneming van Barmhartigheid". Martyr was de patroonheilige van de broederschap. Op 16-jarige leeftijd trad hij in bij de Dominicanen, een nieuwe orde die toen pas vijf jaar bestond en die door prediking een actief aandeel had in de bestrijding van de ketterij. Hun eigenlijke naam luidde dan ook de Orde der Predinkheren. Als predikheer deed hij de naam van zijn orde alle eer aan, want hij was een populair predikant, die zijn woorden soms zelfs met wonderen kracht wist bij te zetten. Dat gebeurde ook op de Piazza del Mercato Vecchio toen tijdens een van zijn prediken een groot zwart paard opdook. Het was de duivel in gedaante van een paard die probeerde de menigte uiteen te drijven. De verschrikte menigte stoof uiteen. Martyr echter hief de hand en maakte een kruisteken in de richting van het wilde dier, dat meteen halt hield.

Loggia del Bigallo met rechts in het midden de fresco
foto Henk Woudsma

Een giraf als nieuwe visuele ervaring



Op een van de fresco's die Domenico Ghirlandaio in de Tornabuoni kapel van de Santa Maria Novella schilderde, staat een giraf afgebeeld (zie bovenstaande foto's). Deze giraf heeft hij in de tuin van Lorenzo Il Magnifico zien staan.

Lorenzo heeft in 1486 een giraf uit Afrika in Florence binnengebracht. Het was de eerste giraf in Europa. Het was een sensatie. Mede beïnvloed door het Renaissance-denken keken de mensen met nieuwe ogen naar de exotische dieren. In het algemeen was er een grote vraag naar nieuwe visuele ervaringen. De mensen vonden het fantastisch om naar het onverwachte te kijken. Vooral naar monsters, wonderen en andere ongewone dingen. Dit soort vermaak stamt eigenlijk uit de Romeinse tijd. Een favoriet tijdverdrijf was toen bijvoorbeeld om beren tegen luipaarden te laten opnemen of tijgers tegen parkieten met afgeknipte vleugels. Toen Paus Pius II in 1459 Florence bezocht besloot de stad deze traditie te doen herleven. De straten naar Piazza della Signoria waren voor die gelegenheid afgesloten en er werden leeuwen losgelaten in een geïmproviseerde arena. Vervolgens werden daar wolven, wilde zwijnen, paarden, stieren en Corsicaanse honden losgelaten. Een giraf was ook aanwezig in de vorm van een immense etalagepop. Binnen het dier waren twintig jonge mannen verborgen. Hun taak was om te proberen de leeuwen uit te dagen voor een aanval. Ondanks hun inspanningen eindigde het spektakel in een mislukking en werden ze door de menigte uitgejouwd. De leeuwen hadden geen honger...

Een brug als triomfboog

 



In opdracht van Cosimo heeft Bartolomeo Ammannati tussen 1567 en 1569, als een soort triomfboog, de Ponte a Santa Trinita gebouwd over de Arno. De steenbok, het dierenriemteken van Cosimo, en de inscipties op het marmerfen rolwerk op de brug verwijzen naar hem en zijn overwinningen. Zeer waarschijnlijk gaf Michelangelo in Rome een schets van zijn idee over de brug aan Giorgio Vasari en hij gaf het weer door aan Ammanati. Duidelijk is de invloed van Michelangelo te zien aan de bogen van de brug die dezelfde welving hebben als de Medici-graven in de San Lorenzo.